Laat je je meestromen of vecht je tegen beter weten in?
Toen ik in Japan was, zag ik voortdurend het beeld voor me van een helder beekje dat vanuit de bergen naar zee stroomt. Onderweg passeert het allerlei obstakels zoals rotsen, in het water hangende takken en bruggen. Ik liet me
vaak meestromen in het heerlijke frisse water zonder enige vorm van verzet, zonder te weten waar de stroom me naartoe nam.
Dan gaf ik me over aan het gevoel dat het allemaal goed zou komen. In vol vertrouwen op de goede afloop. In de wetenschap dat er helemaal geen afloop of einde is. Immers we leven eindeloos. Er zal nooit een einde komen aan ons leven in welke vorm dan ook. Steeds keren we terug in een andere gedaante.
Als ik verzet voel opwellen, stroom ik niet meer verder, maar blijf juist hangen achter die tak of stilliggen waar geen stroming meer is. Dat verzet betekent me afzetten tegen omstandigheden die oor anderen of mijzelf veroorzaakt zijn.
Dat overkwam me nogal eens in Japan. Dan nam ik mezelf kwalijk dat ik geblunderd had door daar heen te gaan en mijn gevoel te volgen. Wat moest ik zo nodig doen in een land waar ik geen mens kon verstaan en volledig
geïsoleerd mijn tijd doorbracht? Dan zag ik het als tijdverspilling.
Het positieve gevoel dat mij daar meestal beheerste verdween dan en maakte plaats voor zwartgalligheid en negativiteit. Als ik een parallel trek naar het hier en nu, dan zie ik mezelf bezig met eindeloos verzet tegen sociale omstandigheden waarin we leven. Dan stroom ik niet. Ik lig dan achter die boomstam die in de stroom is gevallen
en hou me daar krampachtig aan vast. Ik weiger verder te stromen. Ik wil zelfs de beek niet langer mooi vinden.
Toch kan ik me weer laten gaan, nadat ik gemediteerd heb en als onderdeel van deze meditatie mezelf de
aarde hoor zegenen:
Mag vanuit het Hart de hele aarde gezegend worden met liefde.
Mag de hele aarde gezegend worden met vreugde,
met geluk en goddelijke vrede.
Mag de hele aarde gezegend worden met begrip,
met harmonie, goede wil en goedwillendheid.
Mag het zo zijn?Dan begrijp ik dat het niet verkeerd is om op te staan tegen misstanden, maar dat we ondertussen niet mogen vergeten te blijven stromen. Vergeten we dit namelijk dan vervreemden we van ons hart. Dan krijgt de negativiteit
de overhand en stellen we ons niet meer open voor de schoonheid en de liefde die in ons hart zit. De negativiteit die we denken te bestrijden krijgt ons dan in zijn greep.
Meegaan in de stroom is geen vlucht voor omstandigheden, maar juist het volgen van je hart. In het volle vertrouwen dat het goed komt. We moeten ook zeker niet verwachten dat iedere actie, die we ondernemen, zinvol is. Soms is wachten, niets doen en stromen alsof er niets aan de hand is wijzer.
De stroom passeert het puin dat in de beek terecht is gekomen. Op een zeker moment zal de kracht van het stromende water de boom of het puin dat in het water ligt meevoeren.

No responses yet